VegaMoordenaar

Na die maanden van vorst, regen en kou is het ineens weer om de borders van ongewenste indringers te ontdoen. Oneerlijk eigenlijk, want deze plantjes wonen hier al honderdduizend jaar en nu moeten ze wijken voor exoten uit Turkije, Portugal, Zuid-Amerika en weet ik waar vandaan. De ‘trek westwaarts’ van 1843 in de US, maar dan op tuinniveau met eenzelfde dodelijk effect op de inboorlingen, moord en doodslag, maar ze zijn niet uit te roeien. Zaden voor het volgende jaar zijn al weer verspreid.

Één soort spaar ik en herplant voorzichtig bij soortgenoten en tussen de stenen laat ik ze gewoon groeien: Oenotera, de avondbloeiende teunisbloem. Vanwege mijn buurvrouw en haar onagres, die uit haar tuin naar mij toe komen waaien.

Een oud vrouwtje, nog in het huis van haar ouders, in een bomenomzoomd erf zonder het brede uitzicht dat ik heb. Mijn grond heeft ze 30 jaar geleden aan de bouwer van dit huis verkocht omdat ze geld nodig had en hij haar beloofde, de ruïne van de caban niet weg te ruimen. De rand stenen stond er nog toen ik het kocht en ook ik moest haar beloven dat ik het niet zou weghalen. Haar ogen glommen, toen ik haar vertelde, dat het een cottage-garden zou worden.

Later, op een zomeravond op ons terras, onder een gekoelde witte Pourçain, keek ze naar het muurtje en met tranen over haar wangen vertelde ze “Alleen mijn moeder wist, dat Jean en ik in de caban ons aan elkaar gegeven hadden op die zomeravond van 31 augustus 1939. Niet alleen wij verloren die avond onze onschuld, de hele wereld. De oorlog was begonnen.

Mijn moeder was slim en met periodieke onthouding (moeilijk voor een 13 jarige!) wist ze me lang onzwanger te houden. Na de oorlog moest Jean naar Indo-China en kwam nooit terug. Maar die laatste keer met hem heeft me Isabelle gegeven. Ik bleef bij mijn ouders wonen en omdat ze de dochter van een held was (hij stond immers op het monument naast de kerk en daar wees ze de pesterige klasgenootjes dan op) kon ze een gewone boerendochter zijn.”

Ze wees op de stoere eik, op de hoek van mijn terrein. ” Die hebben we geplant, die avond van afscheid, opgegraven uit het bos, daar verderop. En die wilde rozen heb ik later geplant, toen de caban was ingestort en mijn Jean dood en begraven in een verre jungle.”

De Teunisbloemen geurden, want het werd donker. “Ook over die Onagres moet ik je vertellen. Ze komen uit de tuin van mijn oud-tante vandaan, mijn peettante. Ze had haar tuin er vol mee, in Oradour-sur-Glane.” En nu meer tranen en een brok in de keel. “Haar rolstoel vonden ze later bij de kerk na die 10e juni 1944. Ik hoop dat ze dood is gegaan door het kapotgeschoten gewelf en niet is verbrand door het vuur van die SS-sers.” Ze stopt even. “Mijn neef kwam een paar dagen later bij ons onderduiken. Hij was op het land aan het maaien en kon schuilen in een bos, toen hij schoten, granaatontploffingen hoorde en het hele dorp in vuur zag opgaan. In shock stond hij voor ons huis, die avond, fiets aan de hand, hij kon er niets over zeggen, alleen ‘dood zijn ze, allemaal’.

Hij zat ‘s-avonds steevast achter de caban op de grond te huilen, en keek dan naar het westen, waar zijn en mijn familie wreed was vermoord. Ik zat dan bij hem en sloeg mijn armpjes om hem heen. Hij was ontroostbaar. Later, toen de SS-ers terug naar huis vluchtten, zijn er hier op de kruising een paar opgepakt, uit hun auto gesleurd en opgehangen, daar in de caban. Daarna was hij opgelucht, maar mijn vader is nooit meer in de caban geweest. Het dak stortte in en het werd een ruïne.

Wel zijn we in ’45 naar Oradour getrokken en hebben er huilend rondgelopen. In de tuin van mijn tante groef ik een paar onagres op, met mijn handen, nagels scheurden. Het was het enige plantje dat het vuur had overleefd. En het hier geplant. Overlevers zijn het.

En daarom mag dat muurtje nooit weg. Het heeft alle verdriet in zich opgenomen, het leven van Isabelle is er begonnen en mijn moeder vertrouwde me ooit toe, het mijne ook. En ander leven, in ruil voor mijn tante, is er geëindigd.”

Ze is al weer acht jaar dood en haar huisje gaat snel instorten, nu het asbest dak het begeven heeft. Niemand wil het hebben. Ik kan alleen wat herinneringen aan haar delen en Onagres zijn haar getuigen.

Naschrift 10 juni 2021:

En nu staan hier de onagres te bloeien op het moment dat 77 jaar geleden de gruweldaden in Oradour-sur-Glane werden gepleegd.

Zo onschuldig, eenvoudig en elke avond weer een nieuw bloemetje…

Gepubliceerd door Desiderius Lustig

Ik zet mijn hete dromen om in verhalen vol genot en liefde. Mijn fascinatie is vooral de herinnering aan mensen, ontmoetingen en gebeurtenissen, maar dan omgebogen naar intense lichamelijkheid. In mijn verhalen ben ik daarnaar op zoek en herbeleef al schrijvend, wat er had kunnen zijn of bijna was. Als er maar......

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: